Boosheid en agressie

Boosheid, woede en frustratie – deze gevoelens kennen we allemaal . . . .
Maar hoe kan je die uiten zonder agressief te worden, zonder de ander verdriet, pijn of letsel toe te voegen?
Jij bent misschien ook wel eens zo boos, woedend, teleurgesteld en/of gefrustreerd geweest dat je over deze gevoelens de baas niet meer kon zijn: je schreeuwde rond, je schopte tegen een stoel, je sloeg de deur zo hard dicht dat een ruit erin stuk ging, je hebt de ander een mep verkocht en noem maar op. Direct daarna dacht je misschien: Hé, hé, eindelijk weer baas over mijn gedachten, gevoelens en lichaam. Wat een rust. Opluchting! Maar wat dan?!
Je hebt iets vernield van een ander, je hebt een ander pijn gedaan, je hebt iemand heel erg teleurgesteld.
Is dit nou wat je wilde? Is dit echte rust en opluchting?
Zeer waarschijnlijk niet, want als je een beetje rustig bent geworden komen heel veel gedachten in jou op, zoals: ‘Waarom wordt ik altijd zo boos?’ ‘Ik kan me nooit beheersen!’ ’Ik ben stom.’ ‘Ik ben een mislukkeling!’of ‘Ik kan nooit iets goed doen.’
Met als gevolg dat je last krijgt van gevoelens zoals schaamte, schuld, spijt teleurstelling in jezelf of verdriet.
Het feit is: Je bent niet stom, je bent geen mislukkeling en je mag boos of woedend worden! Echter, je kunt maar beter leren hoe je met je boosheid, woede of frustratie omgaat zodat je de baas blijft over jezelf. Je kan leren deze zo te uiten dat de ander geen pijn, letsel of verdriet ondergaat en dat jij je echt opgelucht, rustig en tevreden voelt.
Jongeren kunnen leren om met deze gevoelens van boosheid om te gaan. Hiervoor is belangrijk dat ze leren om anders over bepaalde dingen of personen te denken, sensaties in hun lichaam beter en sneller op te merken, verschillende reacties te bedenken en de mogelijke consequenties van hun gedrag te voorspellen.