Gedragsprobleem versus gedragsstoornis

In de afgelopen jaren worden docenten op school, ouders en kinderen regelmatig geconfronteerd met kinderen die als ‘lastig’ worden ervaren omdat ze moeilijk zijn in de omgang met anderen en regelmatig gedragsproblemen vertonen. Hierdoor ontstaat vaak ruzie omdat de ander niet weet hoe hij de gedragsproblemen van het ‘lastige kind’ het beste kan aanpakken of voorkomen.

Het is mij opgevallen dat zodra er een diagnose zoals ADD, ADHD, Autisme, Asperger, PDD – NOS, NLD of iets dergelijks wordt benoemd, anderen meestal met ‘oh, daarom . . . .’ reageren en het lijkt net als of het probleemgedrag als minder problematisch wordt ervaren of men meer begrip hiervoor probeert op te brengen. Want het kind heeft immers een diagnose gekregen en dat betekent dat het . . . . ziek is? . . . . . gestoord is? . . . . . iets niet goed is? . . . . . . niets aan kan doen?
Het antwoord ligt in het verschil tussen een gedragsprobleem en een gedragsstoornis. De gedragsstoornis wordt bepaald door de aanleg en de (vertraagde) rijping van de hersenen. Onder aanleg verstaan we de erfelijkheid als ook de invloeden tijdens de zwangerschap.
Het gedragsprobleem ontstaat en wordt vooral in stand gehouden door invloeden van de omgevingsfactoren (psycho – sociale factoren), zoals allergieën, gezinssituatie of opvoeding.

Wanneer een kind een diagnose heeft en er dus sprake is van een gedragsstoornis dan ligt de oorzaak van het gedrag in de genen en kan het kind ‘er niets aan doen’ en de ouders ook niet. Vandaar het groter begrip van anderen. Immers, het kind heeft beperkte mogelijkheden om zijn/haar gedrag in de hand te houden. Dit in tegenstelling tot een kind met gedragsproblemen.
Echter, deze verklaring is te simpel. Want kinderen met een gedragsstoornis ontwikkelen vrijwel altijd ook nog gedragsproblemen omdat zij door hun moeilijk gedrag het gedrag van hun ouders, andere volwassenen en leeftijdgenoten op een negatieve manier beïnvloeden zodat zij op een negatieve manier reageren op het al ‘moeilijke’ kind en de vicieuze cirkel is rond.

En wat nu?
Belangrijk is inderdaad het besef dat een kind met een gedragsstoornis aan de ene kant grenzen heeft die het niet kan overschrijden en ook mogelijkheden om aan het probleemgedrag iets te veranderen zodat er minder vervelende situaties ontstaan.
Dit vergt natuurlijk een grote inzet van alle betrokken personen omdat iedereen veel geduld en doorzettingsvermogen moet laten zien.
Wat bij gedragsstoornissen vooral helpt is het bieden van structuur, goede afspraken, veel herhaling en consequent gedrag. Aangezien elke gedragsstoornis een andere oorzaak heeft zijn ook de mogelijkheden en beperkingen anders. Hiervoor zie betreffende diagnose.
Nadere informatie over gedragsstoornissen kunt U vinden in het boek ‘Kinderen en gedragsproblemen’ van Martine F. Delfos (2000).

Oorzaak van ADHD
Bij ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is er sprake van een vertraagde rijping van en disfuncties in de hersenen. Deze disfuncties worden vooral veroorzaakt door lagere hersenactiviteiten in het voorste (frontale) hersengebied dat betrokken is bij de afremming (inhibitie), de organisatie en planning van gedrag en een probleem in het verbindingscentrum van onze 2 hersenhelften (corpus callosum) dat betrokken is bij de prikkelverwerking. De kenmerken van ADHD zijn: Aandachtstoornis, Impulsiviteit en Hyperactiviteit.

Kinderen met ADHD hebben moeite prikkels die op ze afkomen met elkaar te combineren. Ze raken door elke nieuwe prikkel afgeleid en zijn geneigd zich op de nieuwe prikkel te richten en de activiteit waar ze mee bezig waren, te onderbreken. Ze kunnen moeilijk hun gedrag bijsturen omdat ze de prikkel die zich voordoet volgen en daardoor impulsief handelen. Het kind luistert vluchtig en laat de ouder niet merken dat hij alles heeft gehoord. Bovendien is het kind meteen vergeten wat er gezegd is omdat zijn korte termijngeheugen niet goed werkt.
Aandachtstoornis: het kind kan zijn aandacht niet vasthouden en zich niet concentreren.
Impulsiviteit: verhoogde reactiviteit op prikkels en de neiging om op korte termijn te reageren en niet op langere termijn te plannen. Bovendien is er gebrek aan de remming van het denken.
Hyperactiviteit: druk, ongecontroleerd en onrustig gedrag door gebrekkige remming van het gedrag. Het omzetten van informatie in handelingen verloopt niet.

Voor meer informative zie ‘Kinderen en gedragsproblemen’ van Martine F.Delfos (2000).